Over een kleine week is het al zover, dan gaat Tilburg Schaakt! van start. De meeste activiteiten behoeven weinig toelichting. Ook na 1,5 jaar van voornamelijk online schaken moet zo’n “fysiek” rapidtoernooi wel lukken. Maar hoe zit dat eigenlijk met de omnisimultaan? Veel mensen hebben er ongetwijfeld weleens van gehoord, maar hoe werkt het nou precies? Na het lezen van dit stukje weet je er alles van!

Wat is een omnisimultaan?

Laten we beginnen bij… het begin! Wat is nou zo’n omnisimultaan? Bij een omnisimultaan speel je in feite een vijfkamp, waarbij alle vier de partijen op hetzelfde moment plaatsvinden. Elke speler speelt dus – op hetzelfde moment – vier partijen tegen vier verschillende tegenstanders. Dat betekent dat er op 10 borden tegelijkertijd geschaakt wordt.

Hoe ziet dat er in de praktijk uit?

Voor visueel ingestelde mensen, kan onderstaand plaatje van de tafelopstelling in één keer alle onduidelijkheid wegnemen.

Wat valt er op? Elke speler heeft twee keer wit en twee keer zwart. De witborden staan aan de buitenkant, de zwartborden aan de binnenkant.

Laten we Speler 1 als voorbeeld pakken. De rode lijn is een mogelijke (!) looproute van Speler 1. Speler 1 heeft wit tegen Speler 4 (rechtsboven), op het bord daarnaast heeft Speler 1 zwart tegen Speler 3, lopen we verder door dan heeft Speler 1 zwart tegen Speler 5 (linksonder) en tot slot heeft Speler 1 wit tegen Speler 2 (onder in het midden). Dit is slechts een voorbeeld. Uiteraard staat het je vrij een eigen looproute te kiezen, je weet immers niet wanneer je tegenstander een zet gaat doen.

Hoe onthoud ik wat mijn borden zijn?

Om het wat makkelijker te maken, zal er bij elk bord een kaartje liggen met een bepaalde kleur. Speler 1 is bijvoorbeeld rood, Speler 2 is geel, Speler 3 is groen, Speler 4 is blauw en Speler 5 is paars. Bij alle vier de borden van Speler 1 liggen, uiteraard aan de goede kant van het bord, kaartjes met de kleur rood. Bij Speler 2 zijn dit gele kaartjes, bij Speler 3 groene kaartjes, et cetera.

Hoe bied ik remise aan?

Goeie vraag! Als Speler 1 remise aan wil bieden tegen Speler 4, dan is de kans ongeveer 1 op 4 dat Speler 4 ook daadwerkelijk tegenover Speler 1 aan het bord staat (snapt u het nog?). Om niet te hoeven wachten op je tegenstander, zal er een kaartje of ander attribuut aanwezig zijn die je op (of vlak naast) het bord kan leggen om duidelijk te maken dat je remise aanbiedt. Als Speler 4 bij zijn bord aankomt ziet hij dat Speler 1 remise heeft aangeboden. Wil Speler 4 remise? Dan zet hij de klok stil en de koningen in het midden. Wil Speler 4 geen remise? Dan legt hij het kaartje weer weg.

Hoeveel tijd heb ik op de klok?

Iedere speler krijgt per partij 30 minuten op de klok. Dat lijkt redelijk wat, maar vergeet niet dat je (in het slechtste geval) op vier borden tegelijk aan zet kan zijn. Dan gaat het hard! In totaal duurt een ronde maximaal 2 x 30 minuten, dus een uur.

Hoeveel moet ik lopen op zo’n dag?

Naar verluidt loop je per ronde… een kilometer! Er zijn drie voorrondes en één finalepoule tijdens de omnisimultaan, dus aan het eind van de dag zit je op zo’n vier kilometer. Dat maakt de keuze een stuk makkelijker, als die schaal met bitterballen halverwege de middag voor je neus verschijnt.

Categorieën: Tilburg Schaakt!

0 reacties

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.